Wat is waarheid?






Zolang als de Bijbel werd gezien als Gods eigen woord, zolang was de Bijbel ook waar. Van kaft tot kaft. Maar wat is waar? Voor ons en in de Bijbel? In de laatste halve eeuw is het begrip waarheid een heikel onderwerp geworden. Zeker met het lidwoord ‘de’ ervoor. De waarheid achterhaalt de snelle leugen niet meer. En hoe zit dat dan in de Bijbel?

Het begrip ‘waarheid’, dat één van de kernbegrippen in de filosofie was, is geworden tot iets dat vrees en protest opwekt. Niemand heeft immers de waarheid in pacht. Een zoektocht naar waarheid wordt niet meer beschouwd als een bescheiden poging orde te brengen in onze chaotische werkelijkheid, maar als een onbeschaamde greep naar de macht.
Macht heb je immers als je met de waarheid kunt spelen, en omgekeerd. De begrippen ‘waar’ en ‘waarheid’ zijn in de geschiedenis verweven met gewelddadige onderdrukking en intolerantie. Het ‘ware’ geloof heeft geleid tot veel bloedvergieten. Redenen genoeg dus om het over de waarheid en de Bijbel te hebben.

Werkelijk waar
Over het waarheidsbegrip zijn dikke filosofische boeken geschreven. Maar het basisprincipe is en blijft sinds Aristoteles eenvoudig: een uitspraak is waar als blijkt dat het werkelijk zo is. Als ik zeg ‘het regent’, dan is dat ‘waar’ als het op dat moment inderdaad regent. ‘Waarheid’ en ‘werkelijk­heid’ liggen dan ook dicht bij elkaar; iets wat gezegd wordt is ‘waar’ als het een werkelijkheid weergeeft.
Deze alledaagse betekenis is de grondbetekenis. Het is niet verbazingwekkend dat we die zo ook terugvinden in de Bijbel, zowel in het Oude als het Nieuwe Testa­ment. In Genesis 42:16 wordt verteld dat Jozef zijn broers gijzelt om te zien ‘of zij de waarheid’ spreken. Het tegengestelde van ‘waarheid’ is hier ‘leugen’ en niet zozeer ‘onwaar’.
Zo ook in Lucas 22:59: tijdens het verhoor van Jezus door de Joodse Raad zegt een man tegen de discipel Petrus dat hij wel degelijk bij Jezus hoorde. In de Griekse tekst staat hier een uitdrukking met ‘waarheid’, die daar betekent dat het ‘wel degelijk’, ‘echt’ zo is.

Waar en betrouwbaar
Wie de concordantie raadpleegt voor de Statenvertaling, komt tot de ontdekking dat de woorden ‘waar’ en ‘waarheid’ in het Oude Testament het meest werden gebruikt in de Psalmen. In latere vertalingen echter vindt er een verschuiving van betekenis plaats en in de Nieuwe Bijbelvertaling is het begrip ‘waarheid’ bijna helemaal verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn meestal woorden als ‘betrouwbaar’ en ‘trouw’ gekomen.
Bij de Nieuwe Bijbelvertaling is sterk benadrukt dat vertalen een grondige kennis van de brontaal en van de doeltaal vereist. Het gaat niet zozeer om een exacte betekenis van losse woorden, maar om de vraag wat de tekst met de gegeven combinatie van woorden wil zeggen. Dat heeft als consequentie dat een woord in verschillende contexten soms anders moet worden vertaald.

Waarheid en Jezus
Ook in het Nieuwe Testament hebben ‘waar’ en ‘waarheid’ meestal eenzelfde betekenis als bij ons: het is werkelijk zo. Maar het begrip ‘waarheid’ in het Johannesevangelie gooit roet in het eten. In de uitspraak van Jezus ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ klinkt iets anders door.
De proloog uit Johannes 1:1-18 bevat in feite de sleutel tot het begrijpen van het gehele evangelie.

Het woord was bij God, was God, in het woord was leven en het leven is het licht voor de mensen. Het woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid (genade) en waarheid.

‘Waarheid’ duidt hier op ‘het doen, handelen en spreken van Jezus waarin God zich openbaart’. Wie deze waarheid gelooft, wordt door de waarheid bevrijd (Johannes 3:32).

Waarheid en geloof
Als Jezus tegen Pilatus zegt dat hij is gekomen om van de waarheid te getuigen, antwoordt Pilatus, terwijl ‘de waarheid’ voor hem staat, met de sceptische vraag ‘Wat is waarheid?’ (Johannes 18:17-18).
Johannes speelt hier met twee waarheidsopvattingen. Hij laat zien dat het onderkennen van de waarheid door Jezus bedoeld, geloof vooronderstelt. Augustinus maakt zelfs een anagram van de letters van de vraag van Pilatus ‘wat is waarheid?’ (in het Latijn: quid est veritas). Dat wordt dan (vrij vertaald): ‘dat is de man die voor je staat’ (est vir qui adest).

De waarheid spreken
Het idee van een eeuwige, alles funderende waarheid is in de loop der eeuwen het christendom binnengekomen en werd verbonden aan het godsidee. We hebben momenteel een veel opener en meer voorlopig waarheidsidee. Een idee die ook beter past bij de Bijbel, omdat die nu eenmaal geen systematische filosofie of theologie bevat.
Het idee van waarheid is de voorwaarde voor iedere communicatie; we moeten er immers op kunnen vertrouwen dat de gespreks­partner de waarheid spreekt. Dat geldt ook voor het onderkennen van de ‘waarheid’ in de Bijbel.

Tekst: ds. Arne Jonges (theologie.nl)
Bewerking: Jan Blankespoor en Marieke van der Giessen-van Velzen

Afbeelding: Matthias Grünewald, ‘Altaar van Issenheim’, ca.1512-16, Johannes de Doper, detail middenpaneel, eerste aanzicht, Musée Unterlinden, Colmar, France

Wegwijzer naar Christus
Zie de ongewoon lange vinger waarmee Johannes de Doper wijst. Op het hele middenpaneel van het beroemde Isenheimer altaar is te zien dat hij wijst naar Christus die gekruisigd wordt, als ‘het lam van God’. De Doper is de weg­bereider voor Jezus, die hij ‘vol van genade en waarheid’ noemt. Zoals Jezus later van zichzelf ook zegt: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven.’ Dit staat te lezen in het Evangelie van Johannes, in hoofdstuk 1 en 14.