Van de redactie
Inblazen
In het Oude Testament staat een verhaal over de profeet Elia. Hij wacht op God, na een reeks gebeurtenissen die hem teleurgesteld en uitgeput hebben. Er komt een windvlaag die de bergen splijt, een aardbeving die de rotsen schudt, een vuur dat de woestijn lijkt te verteren. De Bijbel vertelt er beeldend over, je ziet het voor je en ervaart het haast aan den lijve.
Voor Elia is het verwarrend, God lijkt er niet in mee te komen. Na deze
demonstraties van kracht toont God zich anders. Hij komt nabij in gefluister: ‘En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.’
Dat verstaat Elia. Hij gaat naar buiten de grot waarin hij afwachtte,
om het geluid van Gods stem op te vangen. God bereidt de omstandigheden voor waarin Elia Zijn aanwezigheid kan verstaan. En Elia heeft zijn oren
nodig om te luisteren en zijn hart om zich open te stellen voor wat God hem inblaast. Daarna kan hij weer op zijn voeten staan en gesterkt verdergaan.
Zijn tong gaat hij gebruiken om anderen van de kracht en de liefde van
God te vertellen.
De Pinkstergedachte die hiernaast staat afgedrukt,
geeft woorden aan hoe Gods Geest zich manifesteert.
Het is voor iedereen te horen, te zien en te voelen –
en toch haast niet te vangen. Gods Geest is als de
wind die mensen in beweging zet, als een taal die
tongen losmaakt.
Laat je meenemen ‘door die windvlaag van Boven’,
want zo kun je ‘de kracht van God in elkaar herkennen en in zijn Geest met elkaar verdergaan’.
• Marieke (A.M.) van der Giessen-van Velzen
hoofd/eindredacteur