Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Hoe rijk is de kerk?




TOEKOMSTGERICHT Geld is altijd een belangrijke factor als het gaat om de toekomst van de kerk. Een kerk die zich daarvan bewust is, kijkt dus verder dan een paar jaar vooruit.

De Synode van de landelijke Protestantse Kerk in Nederland (PKN) stelde daarom een adviescommissie in om te onderzoeken hoe de kerk het vrij beschikbare vermogen ‘werkzaam’ kan maken voor een gezonde toekomst. Het rapport haalde de media met het nogal opvallende feit dat de PKN-kerken samen een vrij beschikbaar vermogen hebben van rond de één miljard euro.
Het gaat dan over afgerond 600 miljoen aan zogeheten kerkrentmeesterlijk geld en 400 miljoen aan diaconaal geld. Het eerste bedrag is bestemd voor het in stand houden van de hele kerkelijke organisatie, het tweede bedrag voor het ondersteunen van de dienst aan de naaste, dichtbij of ver weg. Het gaat dus om vrij beschikbaar vermogen, niet om geld dat ‘vastzit’ in gebouwen zoals kerken en pastorieën, landerijen en andere bezittingen waarvan de opbrengsten gebruikt kunnen worden om kerkelijk werk te financieren.

Niet oppotten, maar dienstbaar maken

De conclusie was dat er behoorlijk wat geld beschikbaar is waar meer mee gedaan kan worden. Met andere woorden: we moeten ons geld niet oppotten, maar dienstbaar maken aan de twee hoofddoelen van de kerk, namelijk woordverkondiging en dienst aan de samenleving.
Dat kerkelijk vermogen is toevertrouwd aan de plaatselijke kerken. Zo beheert de Protestantse Gemeente Zoetermeer (PGZ) het geld van haar Zoetermeerse wijkgemeenten. Tijd om in gesprek te gaan met Rik Buddenberg, voorzitter van het College van Kerkrentmeesters (CvK).

Hoe rijk is Zoetermeer?
Rik rekent me graag voor hoe het met de Zoetermeerse cijfers staat. In 2019 was de algemene reserve van de PGZ 2,4 miljoen euro en het eigen vermogen van de diaconie ruim 200.000 euro. Daar kun je natuurlijk niet te wild mee omspringen, want er is ook een continuïteitsreserve nodig om de vaste lasten voor één tot anderhalf jaar te kunnen betalen, in het geval van de PGZ zo’n 1,5 miljoen. Dat betekent dat er voor een toekomstgericht beleid een vrij vermogen beschikbaar is 1,1 miljoen.
Waar het natuurlijk om draait is wat voor visie we hebben: wat willen we over vijf tot tien jaar met onze kerken en welke financiële impulsen zijn daarvoor nodig?

‘Creatief en met ondernemerszin de toekomst ingaan’

De CVK-voorzitter benadrukt dat we ons moeten afvragen hoe je als kerk creatief en met ondernemerszin de toekomst in wilt gaan. ‘We moeten dus niet achter de feiten aanlopen’, waarschuwt hij.

Goed bezig
Volgens Rik is de PGZ met de Zoetermeerse wijkgemeenten aardig op weg dit in praktijk te brengen, met onder meer:
decentralisatie van (ook financiële) bevoegdheden naar de wijken (‘eigen broek ophouden’) modernisering van de inzameling vrijwillige bijdragen een nieuw kerkblad, Kerk in Zoetermeer, voor een betere communicatie naar binnen en naar buiten toe restauratie van de toren van de Oude Kerk en de aanbouw van De Herberg


Om de wijkgemeenten te ondersteunen in moeilijke tijden of bij bijzondere initiatieven, heeft de PGZ twee lokale fondsen beschikbaar: een solidariteitsfonds en een stimuleringsfonds. Uit dit laatste fonds kunnen bijdragen worden verstrekt voor initiatieven als De Pelgrim en Halte 2717, zogeheten pioniersplekken. Het solidariteitsfonds is bedoeld om wijken met (tijdelijke) financiële problemen er weer bovenop te helpen.
Volgens Rik zou de Algemene Kerkenraad zich moeten bezinnen op de vraag waarvoor het vrij beschikbaar vermogen in de Zoetermeerse situatie verder gebruikt kan worden. Dat vraagt om een langetermijnvisie.

‘Deelplatform’
De Synode heeft intussen een landelijk platform opgetuigd, waar vraag en aanbod van ‘middelen’ bij elkaar gebracht worden. Met ‘middelen’ bedoelen we niet geld, maar de beschikbaarheid van menskracht, expertise en ervaring op terreinen die op het kerkelijk erf belangrijk zijn. De basisopzet is dat rijke(re) kerken hun geld zouden kunnen of moeten delen met minder rijke kerken in een ander deel van het land.
Rik vraagt zich af of dat gemakkelijk zal zijn. Elkaar helpen binnen een beperkte regio lijkt hem eerder haalbaar. De discussie binnen de Europese Unie over het Coronafonds geeft in dit verband te denken. Werkenderweg zal moeten blijken of en in welke mate dat idee echt zal aanslaan.
Maar met het uitwisselen van kennis en ervaring zouden we in Zoetermeer in ieder geval goed aan de slag kunnen gaan. Telkens weer het wiel uitvinden lijkt mij ‘een beetje dom’!

Fien Meiresonne