Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

ENGELEN

Boodschappers van God




Lief, wit, zilver, blinkend, doorzichtig, met of zonder vleugels: in deze donkere dagen komen ze weer van alle kanten tevoorschijn. In de boom, voor het raam, als kaars of als beeldje, vliegend of staand, de engelen komen in groten getale op ons af. Wat hebben zij te vertellen?

Op verschillende manieren spelen engelen een rol in het leven van mensen. Nu en toen. In het jodendom, het christendom en de islam staan ze in direct verband met God. Hun naam is afkomstig van het Griekse ángelos, dat ‘boodschapper’ betekent. In oeroude tijden werden vogels vaak gezien als verbinding tussen hemel en aarde en men stelde zich daar mythische wezens bij voor met vleugels als teken van hun goddelijke macht.

‘Wees niet bang’
De Bijbel vertelt ons verhalen van Gods omgang met de mens. Engelen komen lang niet in alle verhalen voor. Maar spelen ze een rol, dan is dat meestal vanuit de relatie met de mens. Engelen worden actief wanneer God iets nieuws doet. Een engel kondigt de geboorte van Johannes de Doper aan in de tempel waar zin vader Zacharias als priester dienst deed. Op deze bijzondere manier werd ook aan Maria in Nazareth verteld dat zij moeder zou worden van de Messias.

Engelen worden actief wanneer God iets nieuws doet

Het Evangelie van Lucas vertelt dat engelen de herders met gezang op de hoogte brengen van het blijde nieuws van de geboorte van Jezus. Na de dood van Jezus aan het kruis ontmoeten de vrouwen die het eerst bij het graf komen, twee mannen in blinkende kleren. Zij vertellen dat Jezus leeft, dat Hij is opgestaan. De boodschappers jagen in deze verhalen in eerste instantie angst aan. Hun verschijning is onverwacht, hun boodschap haast niet te geloven en hun uiterlijk verblindend. ‘Wees niet bang’, is steeds het eerste wat zij zeggen.

Verschillend
Toch zien engelen er in de Bijbel niet altijd uit zoals wij ze van de plaatjes kennen. In de eerste eeuwen van het christendom beeldde men engelen af als ongevleugelde mannen die soms een baard hadden en gekleed waren in een witte tunica. Op latere afbeeldingen worden de engelen vrouwelijker en met vleugels weergegeven. Die vleugels leken noodzakelijk, omdat de boodschappers van God uit de hemel kwamen en ook weer terug moesten. Maar in de Bijbel en in Joodse geschriften is het uiterlijk van engelen niet duidelijk beschreven, het is van onder­geschikt belang.

Jacobsladder
In het verhaal van Jacob komen de engelen uit de hemel via een trap, de Jacobsladder, de verbinding tussen hemel en aarde. Gaan ze van boven naar beneden of juist andersom? Deze engelen worden niet nader omschreven, zij zijn ‘engelen van God’. Ze brengen Jacob geen mondelinge boodschap, zij spreken niet. De Jacobs­ladder markeert het verticale. Soms zijn engelen onherkenbaar voor mensen. Abraham krijgt bezoek van drie vreemdelingen, die ook een bijzondere geboorte aankondigen. Zij worden engelen genoemd, omdat ze een ongelooflijke boodschap van God brengen. Dan is daar later de onzichtbare engel, die alleen spreekt en Abraham laat stoppen met het offeren van zijn zoon Izaäk. Nu geen vleugels, verblindend wit schijnsel of gezang, maar wel een interventie van God via een onzichtbare stem. Daartegenover staat de profeet Jesaja, die in een visioen engelen ziet ‘met ieder zes vleugels, twee om het gezicht, twee om het onderlichaam te bedekken en twee om mee te vliegen’ (Jesaja 6:1-2).

Kracht en genezing
De uiteenlopende beschrijvingen van boodschappers van God geven aan dat engelen niet eenduidig zijn. Ze worden niet bij name genoemd, op enkele uitzonderingen na: de aartsengelen. Gabriël wordt gezien als de belangrijkste boodschapper van God. Zijn naam betekent ‘God is mijn kracht’. Michael is de leider van het Goddelijke leger. Zijn naam staat voor ‘Hij die als God is’. De aartsengel Rafael begeleidt reizigers en genezers. Zijn naam is waarschijnlijk een afleiding van het Hebreeuwse rophe, dat ‘helen’ betekent: ‘God heelt’. Zij zijn de ‘opperboodschappers’, maar hun namen worden des­ondanks slechts twee keer in het Nieuwe Testament genoemd. Het aantal aartsengelen loopt in de verschillende overgeleverde tradities uiteen van drie tot twaalf.

Troost
Hoewel de Bijbel niet de term ‘beschermengel’ of ‘engelbewaarder’ gebruikt, bestaan er wel voorbeelden van engelen met de taak om mensen te beschermen. Psalm 91 zingt van engelen die over je waken en in Handelingen 12:6-10 wordt Petrus uit de gevangenis bevrijd met hulp van een engel.
Ook nu voelen mensen zich soms gered of geholpen door een beschermengel, een engeltje dat op je schouder zit. Mooi is het wanneer de mens zelf een engel kan zijn. Geïnspireerd door de ‘Chassidische legenden’ die de joodse denker Martin Buber verzamelde, maakte de Groningse kunstenaar Hendrik Werkman (1882-1945) een prent (‘druksel’) met twee figuren. De lichtgestalte noemde hij ‘de engel van de laatste troost’.

‘Toen hij in het dal was aangekomen, voelde hij een arm om zijn schouders.
Toen hij zich omkeerde, zag hij de Engel met lichtend voorhoofd.’

Huub Oosterhuis noemt de ‘ogen van de mens’ de engel van de laatste troost. De mens die zegt: ’Hier ben ik voor jou’. En dan liever niet alleen op het laatst, voegt hij er aan toe, maar graag al in het hier en nu.

Hanneke Lam


‘Alweer enkele jaren geleden kocht ik mijn eerste engel van glas. Mede omdat ik in de decembermaand jarig ben werd het al gauw een heel ‘koor’. Ik zie engelen als boodschappers van God en associeer ze ook altijd met muziek. Het is ieder jaar voor Kerst een ritueel om de engelen een mooi plekje te geven. Ik geniet er altijd van als m’n ‘Engelenkoor’ weer staat.‘

Op de foto een gedeelte van de collectie van Liesbeth van Daal-ten Pas
Foto: Piet van Daal