Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

HERDERS IN DE KERSTNACHT

Net als de engelen




‘De herdertjes lagen bij nachte, / zij lagen bij nacht in het veld …’ Een overbekend en geliefd kerstliedje. Je zou bijna het bijzondere van het verhaal zelf vergeten. Waarom is het zo’n bijzonder verhaal?

Als je het verhaal van de engel bij de herders in het veld leest in Lucas 2, zie je dat deze bijbelschrijver hier meteen al het ‘programma’ van zijn evangelie vertelt. Dat wordt nog duidelijker als je daarbij naar de Griekse tekst kijkt. Volgens de oudste christelijke canon (170) is dit evangelie geschreven door Lucas, een arts uit Antiochië. Lucas was zelf een ‘tweede-generatie- en heiden-christen’. Maar iemand die, zoals hij, meereist met de ex-farizeeër Paulus, leert natuurlijk heel wat over geloof en leven van de joodse gemeenschap.
Lucas wil laten zien dat de goede boodschap (evangelie) die Jezus bracht, niet alleen is bestemd voor joden maar voor de hele wereld. En niet alleen voor de vrome en gegoede middenstand, maar juist voor de buitenstaanders: armen, vrouwen, vreemdelingen, melaatsen, tollenaars, en … herders.

Soort daklozen
Lucas vertelt als enige van de vier evangelisten in de Bijbel het verhaal van de herders, die in de nacht van Jezus’ geboorte buiten bij hun kuddes waren. ‘Buiten is hun huis’ staat er eigenlijk: een soort daklozen. Herders behoorden duidelijk niet tot de rijkere stads- en dorpsbewoners.

Het Licht van God omschijnt hen aan alle kanten

En naar hen komt de engel (boodschapper) van God toe. God zet de herders in het volle licht. Het Licht (doksa) van God omschijnt hen aan alle kanten. Het Griekse woord doksa is de vertaling van het Hebreeuwse Kabood: de Heerlijkheid van God, het Aanschijn van God, dat een mens ver te boven gaat.

‘Glorie voor God’
Wanneer de boodschapper van God de herders de goede boodschap van grote vreugde heeft gebracht: ‘Vandaag is de Messias geboren’, vertelt hij hun waar en hoe ze Hem kunnen vinden. Dan verschijnt er opeens ‘de veelheid van een hemelse strijdschaar’ (Naardense Bijbel), die God roemt (Grieks: aineo) en de lof toezingt: ‘Glorie (Grieks: doksa) voor God in den hoge!’ De herders gaan naar Betlehem en vinden het Kind zoals de engel gezegd heeft. Ze vertellen Maria, Jozef en alle andere aanwezigen wat de boodschapper hun heeft verteld. Daarna keren ook de herders weer terug naar hun dagelijkse leven, terwijl zij – net als de engelen – God roemen en glorie toezingen.

Zelf op pad
Zo worden de herders, zo’n beetje de rafelrand van de maatschappij, op aarde het ‘tegenbeeld’ van de hemelse wezens. Nadat zij aan alle kanten zijn omstraald met de ‘Glorie van God’ gaan zij op pad en worden zij zelf boodschappers, net als de engelen.
Zoals dichteres Hanna Lam het zingt in ‘God keert de rollen om‘:

De laatsten zullen de eerste zijn
in het Koninkrijk van God.
De onderdrukten worden vrij,
God zet hen op de eerste rij,
geringen gaan voorop.

Mieke Brak