Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Het karwei van de preek




DRIELUIK Hoe leg ik de Bijbel uit? Hoe komt die zondagse preek tot stand, de studeerkamer uit, de kansel op? Drie voorgangers over dat ‘scheppingsproces’.

Beweging van ‘storm’ naar ‘worm’: Jona
In Noord volgen we doorgaans het oecumenisch leesrooster. Tegelijk met het zoeken naar liederen vraag ik: Welke beweging toont de bijbeltekst? Tekst en (ruime) context lees ik in de Naardense Bijbel, in de oorspronkelijke tekst en in gebruikelijke vertaling. Ik kijk naar herhalingen en patronen van woorden, beelden en handelingen. Een commentaar helpt mij dingen niet over het hoofd te zien. Neem Jona. God stuurt hem naar Ninevé om te roepen: hun kwaad ‘is opgeklommen’. Jona vlucht per schip – ‘daalt af’ (3x!). God corrigeert hem: Hij ‘smijt’ een storm naar zee (1:4). Als Jona door zeelieden in zee is gesmeten (! 1:15) gebruikt God een grote vis (2:1) die Jona opslokt. Later spreekt God tot die vis (2:11), die Jona uitspuwt. Jona vervult alsnog zijn roeping (3:3). Een wending volgt direct bij Ninevé – en ook bij God. Die ‘krijgt berouw over het kwaad dat hij gesproken heeft om Ninevé aan te doen’ (3:10). Jona is woedend (4:1), maar God laat ook hem niet los. Hij stuurt een ‘pijlsnelpalm’ (waarover Jona zich verheugt, 4:6) en later een worm die de palm aanvreet (waarover Jona verdriet heeft, 4:7-8). Dan vraagt God aan Jona wat er dan mis mee is als Hij verdriet heeft om de mensen van Ninevé.

Geloof betuigen in Gods ontferming

De schrijvers verwoorden een beweging van ‘storm’ naar ‘worm’, van macht naar kwetsbaarheid. Zo betuigen zij hun geloof in Gods ontferming.

ds. Nico de Lange
PREDIKANT ZOETERMEER-NOORD


Schiften en scheppen: de ‘hobbel’ Amos
De overdenking is een onderdeel van de liturgie in de eredienst die we samen beleven. De schriftwoorden, de liederen en de beelden vormen samen met de gemeente en mijzelf de context. Vaak begint de voorbereiding van de dienst al weken eerder, zeker als er een bijzonder thema centraal staat of een koor medewerking verleent. Meestal zijn de bijbelwoorden leidend. Ik begin met het lezen en herlezen van de tekst, in verschillende vertalingen, hardop of in stilte. Zoals nu Amos 6:9-11: zelfs de minjan (tien man aanwezig) is niet veilig meer bij Gods besluiten. Er komen als vanzelf woorden of kernzinnen naar voren: het belang van de minjan, Greta Tunbergs vraag op de Klimaatconferentie: ‘Hoe durven jullie?’, Lied 973 en de missionaire specialisatie waar theoloog Alain Verheij zichzelf in de bijbelverhalen herkende. Dan volgt verdiepend onderzoek: Waarom raakt deze tekst? Wat staat er eigenlijk? Wat is de context? Boeken en het internet zijn vindplaats van nieuwe antwoorden en nieuwe vragen: ‘Het besluit van God staat vast.’ Is dat zo? Maar we zijn er toch nog? Geeft dat hoop voor ons besluit om het beter te doen? Hoop op de levende God, zoals te vinden is in 1 Timoteüs 6:17-19?

Levend proces dat tot zondagmorgen doorgaat

Na deze grote verzamelreis wordt er geschift en gezeefd. Een soort scheppingsproces, waarin ik regelmatig zelf verrast wordt door de weg die zich ontvouwt. Het is een scheppen, herscheppen, vastlopen, worstelen, gevonden worden. Ook al staat het vrijdag voorlopig op papier, de Geest gaat door en ervaringen in de gemeente en de actualiteit zorgen voor nieuwe formuleringen, schrappen en aanvullen. Tot en met zondagmorgen, als in het midden van de liturgie de woorden van de overdenking mogen klinken.

ds. Carina Kapteyn
PREDIKANT DE OASE


Schurende teksten: Job, Elisa, ‘boeten’
Van de zomer heb ik teksten uit de Bijbel gekozen die nogal schuren. Over het waarom van het lijden van Job: ging daaraan een weddenschap van de Allerhoogste met de duivel vooraf? Over de profeet Elisa, die getreiterd werd door een troep kinderen en een vervloeking uitsprak, waarop twee berinnen 42 kinderen verslonden. Over de motivatie van het tweede gebod uit de Tien Woorden, dat God de kinderen laat boeten voor de schuld van de ouders.
Eerst lees ik de teksten in de Hebreeuwse Bijbel, dicht bij de bron. Dat de kinderen moeten ‘boeten’: staat dat er, is de boodschap van de tekst ook zo bedoeld? Aan zo’n project begin ik niet zomaar. Ik deed dat pas nadat er een artikel over verschenen was in het vakblad van het Nederlands Bijbelgenootschap ‘Met Andere Woorden’. Met de bespotting van Elisa, 2 Koningen 2:23-25, idem. Een staaltje exegese waarmee je je voordeel kunt doen. Daarna begint het bezinken en bezinnen. ‘Hoe zeg je het de kinderen?’ Al denkend schrijf ik en al schrijvend denk ik. Een krantenartikel kan triggeren, een inspirerende inval geven of helpen om een tekst in het leven te zetten, net als voorbeelden hoe andere predikanten met een tekst omgaan.

Helpen om een tekst in het leven te zetten

Regelmatig is het een worsteling om een goed verhaal te maken. Vaak komt er te veel uit, terwijl een gemiddelde preek nog niet de helft is van wat er uit een bijbeltekst op te diepen is! Soms ook vloeit een betoog zo uit je toetsenbord. De Heilige Geest moet er maar mee doen wat God wil ...

ds. Kees Wesdorp
PREDIKANT OUDE KERK