Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Zin in je leven




INZICHTEN ‘Wat is de zin van het leven?’ Een vraag waar weinig mensen een direct antwoord op hebben. Wel zijn we veel bezig met ‘zingeving’ en de vraag naar: ‘Hoe heeft mijn leven zin of betekenis?’, vooral bij tegenslag, ziekte en verlieservaringen. Twee jaren achtereen stond er een gesprekskring hierover op het programma in een van de wijken, twee keer kon die niet doorgaan vanwege corona. In deze Kerk in Zoetermeer pakken we dit thema op. De aanleiding is het boek De zin van het leven van Volkskrant­-­journalist Fokke Obbema, die na een confrontatie met de eindigheid van het leven zichzelf en anderen bevroeg op de ‘zin in je leven’ en tot een aantal inzichten komt.

Fokke Obbema kreeg in 2018 in zijn slaap een hartstilstand en behoorde als een wonder bij de tien procent die zo’n gebeurtenis ongeschonden overleeft. Door zo dicht bij de dood te zijn geweest begon hij zich af te vragen wat de zin van het leven eigenlijk is. Hij interviewde veertig mensen uit alle hoeken van de samenleving: schrijvers, predikanten, monniken, wetenschappers, leraren, en ook cabaretiers. Steeds was de eerste vraag: ‘Wat is de zin van het leven?’
De interviews leveren een indrukwekkende reeks visies op het leven, maar geen eenduidige antwoorden. Opvallend is dat slechts een enkeling komt met het christelijke antwoord ‘God dienen en Christus volgen’, al heeft dat uiteraard met de achtergrond van de geïnterviewde personen te maken. Obbema brengt in het laatste hoofdstuk de antwoorden in zeven categorieën onder. Zeven inzichten noemt hij dat. 

1

Verbinding, gekoppeld aan kwetsbaarheid
De meeste geïnterviewden stellen dat het leven alleen zin heeft in verbinding met anderen en de natuur. Anderen, waarvoor jij van betekenis kunt zijn in hun kwetsbaarheid en andersom. Geconfronteerd met kwesties van leven, ziekte of dood. Maar ook in verbinding met de natuur, als klein, kwetsbaar, nietig schepsel.’

2

Veerkracht, hand in hand met dankbaarheid
Opvallend veel geïnterviewden blijken te beschikken over een grote veerkracht, terugkomend vanuit een complexe situatie (ernstige ziekte, zware ongelukken, dood van een bekende). Er zijn er die de zin van hun leven vanuit die situatie ontlenen, zoals inzet voor goede doelen, een thea­tervoorstelling maken, relative­ring (‘er zijn ergere dingen’) of, zoals Obbema zelf, dankbaarheid voor het bestaan.

3

Het leven is een leerschool
Sommigen zien het leven als een leerproces met als doel de zin ervan te ontdekken. Een biochemicus stelt dat het leven doorgronden en fundamentele kennis ervan te vergaren een levenstaak is. Iemand anders zegt: ‘Je eigen behoeften vinden, het vak waar je talenten liggen kiezen of je talenten ontwikkelen’. Levenswijsheid krijg je ook door ervaring, wordt daaraan toegevoegd, maar ook dat kun je leren, bijvoorbeeld door meditatie.

4

Hoop op vooruitgang – op weg naar een groter ethisch bewustzijn
Ondanks de verschrikkingen – oorlogen, genocides – uit de twintigste eeuw, zien sommige geïnterviewden dat ons collectieve bewustzijn enorm is toegenomen. Een wetenschapper stelt dat de kerntaak van de mens bestaat uit het opbouwen en doorgeven van kennis, normen en waarden om de beschaving stapsgewijs op een hoger plan te brengen. ‘De wereld wordt veiliger, de mensheid gezonder en wel­varender, zelfs in de armste landen.’ Heeft dit iets met ethiek te maken? Nee, zegt een sterrenkundige. De reden dat we in het vrije Westen zo ‘beschaafd’ kunnen zijn is dat we het ons kunnen permitteren.

5

Beperkingen van de wetenschap en herwaardering van religie
Heeft de wetenschap het geloof negatief beïnvloed, met sterke secularisatie als gevolg? Obbema 
vindt dat deze constatering aanpassing behoeft. Ieder weten­schappelijk probleem dat we oplossen levert tien nieuwe problemen op, wordt gesteld. De wetenschap heeft dus zijn beperkingen. Het geloof in de wetenschap is veel te absoluut, vindt een ander. Wetenschap heeft religie geenszins opgeslokt. Religies bieden ook houvast, de mens heeft behoefte aan iets groters dan hijzelf, dat ergens op is gericht, stelt een sociologe. We moeten meer respect hebben voor religie, vinden verschillende wetenschappers.

6

Het nut van de dood – zoeken naar de essentie
De dood kwam in vrijwel elk gesprek dat Obbema voerde aan bod. Daarmee nam de afstand tot zijn ‘even dood’-ervaring steeds verder af. We beschouwen de dood meestal als iets voor anderen. De overlevingsdrang wint het dan van de sterfelijkheid. Totdat we de dood in onze nabijheid meemaken: ‘Als ik er iets van wil maken, dan moet ik het nu doen.’ De dood dus als aanjager van het leven. Een andere ‘functie’ van dood – én van nieuw leven! – is ‘aanjager van dankbaarheid’ jegens God. Elke dag geleefd, dus elke dag een dag dichter bij de dood, is een reden voor dankbaarheid.

7

Geen zin, wel betekenis
Sommigen vonden de vraag ‘Wat is de zin van het leven’ irrelevant en wilden er geen woorden aan kwijt. Anderen betwijfelden, in navolging van Darwin, of het leven wel een bedoeling heeft als toeval zo’n grote rol speelt. Een filosoof vond de vraag verkeerd: ‘Wat maakt het leven betekenisvol?’ zou een betere vraag zijn. Iemand antwoordde daarop: ‘De grondwet van het leven is God – verbindt die met liefde voor de medemens en de natuur.’ Het geven van betekenis, ofwel zingeving, is iets wat wij de hele dag doen, merkt iemand anders op. ‘We vinden van allerlei dingen wat, we leven ons leven met waarden en normen. Zingeving hoort bij mens-zijn.’

Het boek De zin van het leven werd een bestseller. Een eenduidig antwoord kreeg Fokke Obbema niet. Wel bracht het hem tot een tweede serie interviews, met andere mensen, steeds beginnend met de persoonlijke vraag: ‘Wat is voor u een zinvol leven?’

Jan Blankespoor