Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Ervaringen van een taalmaatje

‘Ik geniet ervan hoe ze elkaar helpen’




IMPRESSIE Dit verhaal gaat over communicatie met woorden. Je hebt natuurlijk ook lichaamstaal en gebarentaal, maar die zijn van een andere orde. Samen een moeilijke nieuwe taal leren verbindt, merkt taalhulp-vrijwilliger en PiëzoMaatje Casper Strookman.

Toen ik (ander) vrijwilligerswerk zocht wilde ik graag iets met taal doen. Dat was mogelijk bij Piëzo – de afkorting staat voor: Participatie, Integratie en Educatie ZOetermeer. Piëzo biedt ook een korte cursus didactiek aan en die heb ik natuurlijk gevolgd, omdat ik wel taalvaardig ben, maar weinig ervaring heb als leraar. Vervolgens kon ik een Piëzo-locatie kiezen waar ik les zou gaan geven. Dat werd Piëzo Centrum aan het Rakkersveld.

Overal vandaan
Mijn eerste ‘klas’ was een groep gevorderden. Die bestond uit vogels van zeer verschillende pluimage. De meesten waren vluchtelingen uit het Midden-­Oosten, maar ook mensen uit China, Indonesië, Griekenland en Bulgarije. 
Omdat ze zich al redelijk konden redden kon ik hen al wel eenvoudige regels leren, zoals de zinsvolgorde, wanneer hebben en wanneer zijn gebruiken als hulpwerkwoord, en het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden.

‘Mag vragen?’
Er was leuke interactie. Eén Syrische Koerd vroeg me de oren van het hoofd: ‘Mag vragen?’. Hij fungeerde ook als tolk Koerdisch-Arabisch als hij iets begrepen had en een Arabisch-talige (nog) niet. Ik heb hem uiteraard bedankt voor zijn vertalingen en zijn vragen: ‘Ik ben blij met iedere vraag, want dan weet ik wat jullie niet weten.’ Toen kwam corona en alles lag stil.

Het meest opvallend 
is de saamhorigheid 
in de groep

Gretig
Na de voorzichtige hervatting kreeg ik een al even heterogene groep half-gevorderden. Dat vergde een andere aanpak. Deze mensen moest je niet lastig vallen met regels, maar hen in staat stellen een eenvoudig gesprek te voeren. 
Daarom heb ik niet alleen gewerkt aan hun woordenschat, maar ook aan kennis van de Nederlandse cultuur en gewoonten. Soms tegelijk, aan de hand van spreekwoorden en gezegdes. Die stof zogen ze gretig op en lieten dat merken met zinnige vragen. 
Wel heb ik aandacht besteed aan tellen en klok kijken, en aan de uitspraak van enkele en dubbele klinkers. En, niet te vergeten, aan de verkiezing van de gemeenteraad.

Ik hoop te hebben bijgedragen en te kunnen blijven bijdragen aan de integratie van deze mensen in de Nederlandse samenleving. Zelf heb ik er ook veel van geleerd. Wat me het meeste is opgevallen is de saamhorigheid in de groep. 
Ik geniet ervan hoe ze elkaar helpen: niet alleen Iraakse en Syrische moslims en moslima’s, met of zonder hoofddoek, maar ook een Georgiër en een Guineese doen mee. Taal verdeelt, maar samen een moeilijke andere taal leren verbindt.

Casper Strookman

Casper Strookman is tot aan zijn pensioen werkzaam geweest in de juridisch-bestuurlijke sfeer en daarnaast enige jaren als rechter-plaatsvervanger. Als PiëzoMaatje had hij nog geen Oekraïners in de groep toen hij dit schreef, maar hij verwacht die wel te krijgen.