Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

MET EERBIED EN GENEGENHEID

‘Alleen je náám al’




WIEGELIED Zo’n dertig jaar geleden ontmoette ik in Spanje een wel heel bijzondere vrouw.

Op een reis met ‘Beter-uit’ bezochten we de kathedraal van Sevilla en daarna, buiten de stad, in de rust van de bus, vroeg ik de anderen: ‘Hebt u hier ook van die mooie vrouwen en meisjes gezien? Ik zag er een, zó wonderlijk mooi. Ik zag haar in de kapittelzaal van de kathedraal en ik ben teruggelopen om naar haar te kijken. Dichtbij komen ging niet. Maar ik had mijn kijkertje bij me, en zo kon ik haar dichtbij halen.’ Hoewel ... dichtbij …
Haar gezicht was niet typisch Spaans. Het was een mooi en voornaam gezicht van een meisje van misschien 18 jaar. Maar de trekken waren volwassener. Er lag iets in van bevreemding. Maar ik dacht ook iets te zien van vage angst, zo van: ‘Wat hangt me boven het hoofd?’ En daar was ook wel aanleiding toe. 
‘Alleen je náám al: Mirjam.* Je moeder zal je misschien naar haar moeder hebben genoemd, en die weer naar de hare … en uiteindelijk was daar dan die Mirjam, de zuster van Mozes en Aäron. In haar naam klonk iets door van de bitterheid van de slavernij in Egypte. 
En die klank heeft het behouden: ‘Noem mij Mara’, zei Naomi later, toen ze met Ruth uit Moab kwam: ‘bitterheid’. Wat is de betekenis van die naam in jouw leven in vervulling gegaan, Maria. Hoorde je bij de ontvangenis van je zoon al iets van wat Simeon in de tempel bij de voorstelling van je Zoon zou zeggen: ‘Een zwaard zal door je ziel gaan’? 
Dat zwaard is beetje bij beetje gekomen. Want je bent wel de ‘gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus de vrucht van je schoot’, maar Hij zal je kind maar wezen! Gezegend zijn door God is geen garantie voor een stil en gerust leven. Het was in jouw geval: anderen tot een zegen, anderen tot een voorbeeld zijn.’
Deze ontmoeting met Maria was voor mij de aanleiding om alles wat over haar in de Bijbel staat te lezen. Als er één vrouw is die we in ere moeten houden, is dat Maria, de moeder van Jezus. Ik raakte verwonderd over haar zeldzaam grote bijbelkennis en haar geloofs­inzicht, blijkend uit haar lofzang, en dat voor een jong meisje. Als Lucas in Handelingen 1 schrijft dat hij de zaken uit zijn eerste boek – dus het Evangelie van Lucas – grondig heeft uitgezocht, dan weet ik uit dat boek wel bij wie. 
Wat mij bijzonder ontroert zijn de allerlaatste woorden van Jezus, alleen bij Lucas te vinden: 
‘Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.’ Het is een citaat uit Psalm 31, het wiegeliedje van Joodse moeders. Ik hóór het Maria tegen Lucas zeggen: ‘Na ons wiegeliedje waarmee ik hem zachtjes in slaap zong, riep hij uit met luide stem: Het is volbracht.’ Ook daarom: laten wij met eerbied en genegenheid blijven spreken over deze ‘gezegende onder de vrouwen’

‘Wat mooi, het nummer over de Psalmen!’, schreef Jan Bosman, lezer te Hazerswoude en lid van NCGK De Lichtzijde Zoetermeer, naar aanleiding van het maartnummer dit jaar van Kerk in Zoetermeer. ‘En ja, ik zocht direct of Psalm 31 ook wordt besproken en dat was kort in het stuk van Joke Westerhof: ‘In Uw handen leg ik mijn leven.’ Hij stuurde deze ‘bijdrage vol verwondering over Maria’ mee en in overleg met hem hebben we die bewaard voor deze bijzondere Maria-­editie van december. 

Afbeelding: Bartolomé Esteban Murillo, ‘De verkondiging aan Maria’, 1660-1680, olieverf op doek, 98 x 100 cm, Rijksmuseum Amsterdam