Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Loslaten wordt ‘anders vasthouden’




INTERVIEW Door Covid-19 is er een behoorlijke verschuiving in het werk van geestelijk verzorger en ritueelbegeleider Petra Vossegat gekomen. Zij mag geen fysiek contact meer hebben met ‘haar’ bewoners, mensen met een verstandelijke beperking, en werkt nu veelal vanuit huis.

Wat betekent het ‘fysieke loslaten’ voor jou?
‘Juist mensen die een verstandelijke beperking hebben, zijn vaak heel fysiek ingesteld. Mijn ideaalbeeld van hoe ik mensen bij kan staan, bijvoorbeeld in het nabij zijn bij sterven, heb ik los moeten laten. Ook het directe contact in kerkdiensten en gespreksgroepen en ook zangactiviteiten is er niet meer. Dat doet pijn. Aan de andere kant bereiken we nu via kerkdienst­opnames en video-uitzendingen veel meer mensen. Ook, juíst ook mensen die in het gewone leven om allerlei redenen de diensten niet bij kunnen wonen.’

Hoe kun je in deze tijd cliënten die overlijden ‘nabij zijn’?
‘Voor coronatijd was ik fysiek betrokken bij de stervende en de familie. Wij hebben dan regelmatig contact, de stervens­begeleiding doen we met elkaar. In deze tijd moet ik dat overlaten aan begeleiders op de groep. Dat vind ik lastig. Ik coach hen
zo goed mogelijk.

‘Geef de gelegenheid om zelf het leven los te laten’

Ik vertel altijd dat je de stervende de gelegenheid moet geven om zelf het leven los te laten. Leg daarom nooit jouw hand over de hand van de stervende heen, maar schuif jouw hand onder de hand van degene die gaat sterven. Dan kan hij of zij jou loslaten.’

Voor wie is loslaten het moeilijkst?
‘Voor mensen met een verstan­delijke beperking is dat heel erg moeilijk. Zeker het afscheid nemen van een medebewoner. Je hebt soms veertig jaar aan tafel naast elkaar gezeten, hij of zij is gewoon familie van je geworden. Ook het moeten loslaten van vader of moeder en de achter­uitgang van lichamelijke gezondheid is erg ingrijpend voor hen. Er komt niets anders voor terug. Zekerheden, en daarmee veiligheid gaan verloren. Voor ouders is het soms een opluchting dat hun kind eerder overlijdt dan zijzelf. Het lijden van hun kind is dan voorbij en zij hoeven zich geen zorgen te maken dat hun kind ‘alleen’ achterblijft.’

Maakt het bij het loslaten door overlijden uit of mensen gelovig zijn?
‘Het grootste deel van onze bewoners is van huis uit niet christelijk. Toch hebben ze uiteindelijk vaak wel een lijntje met God. Gelukkig maar, want dat maakt sterven minder moeilijk. Zoals één van mijn bewoners zei: ‘Petra, ik ben niet bang om dood te gaan, je doet gewoon je ogen dicht en als je ze weer opendoet, is het voor altijd Licht!’

‘Als je je ogen weer opendoet, is het voor altijd Licht!’

Je bent ook rouw­begeleider. Wat houdt dat in?
‘Als rouwbegeleider help ik mensen hun weg te vinden in hun eigen land van rouw. Ik help hen de balans te vinden in rouwen en verder kunnen gaan met wat het leven van hen vraagt. Dit alles in verbinding met degene die overleden is. Aan mijn bewoners laat ik dit zien met de ‘balansvogel’. De vogel zweeft op mijn vinger weg, zoals de overledene weggegaan is, maar je blijft met elkaar verbonden – kijk maar naar mijn arm. Verbonden in herinneringen. Loslaten is dan ‘anders vasthouden’ geworden.’

Jan Blankespoor

Petra Vossegat-de Bruin is geestelijk verzorger bij mensen met een verstandelijke beperking. Zij werkt bij Ipse de Bruggen en haar hoofdlocatie is buurtschap Craeyenburch (Nootdorp) waar zo’n 350 mensen wonen. Zij is ook ritueelbegeleider bij afscheid en rouwbegeleider bij deze doelgroep. Zij is actief lid van geloofsgemeenschap De Regenboog en ze gaat regelmatig voor in diensten en soms ook bij uitvaarten. In deze coronatijd is zij iedere vrijdag bij POR Online (het YouTube-­kanaal van wijkgemeente Pelgrimskerk-­Oase-­Regenboog) te zien met een verhaal ter bemoediging.